Duizenden „gifbommetjes” gaan met Valentijnsdag over de toonbank
Share
Met Valentijnsdag, op 14 februari, gaan weer duizenden bossen rozen over de toonbank. Is het wel veilig om snijbloemen in je huis te zetten, gezien de pesticiden die erop kunnen zitten? En hoe groot is de impact van bloemen op het klimaat?
Voor een documentaire over de groei en ontwikkeling van dieren heeft fotografe Marlonneke Willemsen een plan: ze wil zelf insecten grootbrengen. Ze koopt planten bij een tuincentrum en eitjes van verschillende insecten. Wat gebeurt er? De insecten gaan dood. „Dan denk je: heb ik soms iets verkeerd gedaan?” vertelt Willemsen. „Ik baalde ervan, want de eitjes kosten veel geld.”
Ze doet een nieuwe poging. Dan ontdekt ze een patroon: op biologische planten blijven de insecten wel in leven. Op bijna alle andere planten gaan de dieren dood. Inclusief de vlinderstruik en de lavendel, planten die vanwege hun nectarproductie geliefd zijn bij vlinders, bijen en zweefvliegen.
Willemsen speurt internet af en stuit op onderzoek van Pesticide Action Network Netherlands (PAN-NL), een organisatie die zich inzet voor het aan banden leggen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. „Ik las dat de meeste planten worden bespoten met bestrijdingsmiddelen. Toen was de link gauw gelegd.”
Het experiment resulteert in een macabere fotoserie van uitgedroogde slakken, misvormde vlinders en dode sprinkhanen. De serie was het afgelopen jaar te zien op een foto-expositie in Rotterdam en is vanaf mei te bewonderen op een festival voor insectenliefhebbers.
Kanaries
De foto’s maken veel reacties los, vertelt Willemsen. „Een man die kanariehouder is, vertelde me dat hij nieuwe heesters had gekocht voor in een volière. De volgende ochtend waren alle kanaries dood. Ze waren blijkbaar vergiftigd door pesticiden op de plant.”
Waren de planten zélf misschien giftig? Dat lijkt haar onwaarschijnlijk. „Kanaries staan erom bekend dat ze planten eten, dus kanariehouders weten precies welke planten ze voor de volière kunnen gebruiken en welke niet.”
Willemsen, die wetenschappelijk is opgeleid en naar eigen zeggen erg voorzichtig is met dingen voor waar aan te nemen, wilde controleren of het vaker voorkomt dat vogels doodgaan door pesticiden. „Ik dacht dat het een incident was. Maar een andere kanariekweker die ik wilde waarschuwen, vertelde dat dit vaker gebeurt. Daar schrok ik van. Een vogel van zo’n 20 gram is toch wat anders dan een rups van een paar millimeter.”
Fipronil
Gifstoffen zitten overal, stelt Willemsen. „Ik wilde de ontwikkeling volgen van de grote beer, een nachtvlinder. Die lust graag paardenbloem. Toen de paardenbloemen in mijn tuin op waren, ben ik bladeren gaan plukken in een lokaal park. Ik dacht dat dat wel veilig zou zijn. Het gevolg was dat de rupsen zwaar misvormd uit de pop kwamen of er zelfs helemaal niet uit konden komen. Toen gingen bij mij alle alarmbellen af. Ik heb een monster paardenbloemen laten testen. Daar bleken heel veel bestrijdingsmiddelen in te zitten.”
PAN-NL en onderzoeksbureau Buijs Agro-Services hebben dit onderzoekverder uitgebreid door in meer parken paardenbloemen te laten analyseren. „We hebben in totaal vijftien parken in Nederland onderzocht”, zegt Margriet Mantingh, voorzitter van PAN-NL. „Ze bleken allemaal besmet te zijn met pesticiden. Op paardenbloemen troffen we bijvoorbeeld fipronil aan, een antivlo- en antiteekmiddel voor honden en katten.” Verder bleken paardenbloemen in veel gevallen vervuild te zijn met gewasbeschermingsmiddelen die voor gebruik in de landbouw zijn toegelaten, zoals prosulfocarb. Mantingh vermoedt dat ze uit naburige landbouwgronden zijn overgewaaid.
Karren met rozen in de veilinghal van Royal FloraHolland in Aalsmeer. beeld ANP, Remko de Waal
Vooral snijbloemen uit het buitenland zitten boordevol pesticiden, stelt Mantingh, die ze daarom „gifbommetjes” noemt. In 2022 heeft PAN-NL twaalf boeketten onderzocht op bestrijdingsmiddelen. Op een gemiddeld boeket bleken 25 verschillende gifstoffen te zitten. Bij een bos rozen gaat het om gemiddeld 17 soorten gif. Een derde van deze stoffen zijn in de Europese Unie verboden, zoals het beruchte insecticide imidacloprid, dat schadelijk is voor bijen. De verboden middelen zaten op bloemen die waarschijnlijk buiten de EU zijn geproduceerd.
Momenteel laat de organisatie opnieuw bossen bloemen analyseren in een laboratorium. De eerste resultaten, die de voorzitter alvast onder ogen zag, tonen volgens haar weinig verbetering. Vóór Valentijnsdag hoopt ze alle resultaten binnen te hebben en te kunnen publiceren.
Leukemie
Margriet Mantingh, voorzitter PAN Nederland. beeld Margriet Mantingh
Vormen pesticiden op snijbloemen een direct gevaar voor de consument? „Dat gaat mij te ver”, relativeert Mantingh. Volgens een rapportvan de NVWA zijn er inderdaad geen aanwijzingen dat blootstelling via de huid aan reststoffen van gewasbeschermingsmiddelen een gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Wel zijn gezondheidsrisico’s voor werkers in de sector, zoals bloemisten, niet uit te sluiten als ze de veiligheidsvoorschriften niet naleven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat ze handschoenen dragen.
In oktober kwam in het nieuws dat de 11-jarige dochter van een Franse bloemist was overleden aan leukemie, waarschijnlijk als gevolg van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen tijdens de zwangerschap. Mantingh sluit niet uit dat dit in Nederland ook kan gebeuren. „Bloemisten komen de hele dag met bloemen in aanraking en lopen daardoor veel meer risico dan de consument die af en toe een boeket in huis heeft staan.”
Geen controle
Problematisch vindt de PAN-voorzitter dat snijbloemen die in Nederland te koop zijn in veel gevallen geïmporteerd worden uit landen van buiten de Europese Unie, zoals Kenia en Ethiopië. Daar worden honderden verschillende pesticiden gebruikt die in de EU verboden zijn omdat ze te giftig zijn voor de mens en de natuur.
Ronduit misdadig vindt Mantingh dat veel van deze verboden stoffen geproduceerd en geëxporteerd worden door westerse bedrijven, zoals Bayer, BASF en Syngenta. Vervolgens worden snijbloemen met resten van deze schadelijke bestrijdingsmiddelen naar Europa overgevlogen.
Anders dan bij groente en fruit vindt er in Nederland geen controle plaats op aanwezigheid van gifstoffen op geïmporteerde snijbloemen. Er zijn zelfs geen regels voor hoeveel of welke resten van gifstoffen op snijbloemen of tuinplanten mogen zitten. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert alleen Nederlandse telers op de middelen waarmee ze spuiten.
De verboden gifstoffen zijn niet alleen schadelijk voor de gezondheid van werkers in de bloementeelt, maar ook voor het milieu. Mantingh wijst op een Franse documentaire die twee jaar geleden werd gemaakt, over bloementeelt in Ethiopië. „Het personeel dat gifstoffen in open vaten mengt en op de planten sproeit, wordt niet tegen het gif beschermd. Vervuild afvalwater wordt ergens in de natuur gedumpt. In een meer in de buurt van een kwekerij zat voorheen veel vis en mensen zwommen er volop. Nu staat er een bord bij dat het te giftig is om te zwemmen. Bovendien zijn de vissen dood.”
Veilinghal in Aalsmeer. beeld ANP, Remko de Waal
Compost
Bestrijdingsmiddelen op snijbloemen komen ook in de Nederlandse natuur terecht, stelt dr. Paul Scheepers, toxicoloog aan de Radboud Universiteit. Dat zit zo. Snijbloemen die Nederlanders in een vaas zetten, belanden na enige tijd bij het groenafval ‒ net als resten van gifstoffen. Groenafval wordt verwerkt tot compost, dat vervolgens in tuincentra wordt aangeboden. Mensen die de compost aanschaffen en hun tuin hiermee vruchtbaarder willen maken, verspreiden zo onbedoeld ook gifstoffen.
Compost dat is besmet met gifresten heeft nog een risico: micro-organismen zoals schimmels kunnen muteren en resistentie ontwikkelen. „Dat hebben ze in Engeland ontdekt”, vertelt Scheepers. „Het betekent dat wanneer je deze schimmels inademt en je er overgevoelig voor bent, je met een levensbedreigende infectie in het ziekenhuis kunt belanden. Als de schimmels resistent zijn tegen antibiotica, heb je een probleem.”
Slaapkamers
De Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt) heeft vorig jaar 112 slaapkamers in Nederland en België onderzocht op de aanwezigheid van pesticiden. In totaal vonden de onderzoekers 137 verschillende pesticiden, gemiddeld 21 per slaapkamer. Vrijwel alle slaapkamers bleken stoffen te bevatten die een negatieve invloed hebben op de voortplanting of giftig zijn voor het zenuwstelsel.
Hoe komen deze stoffen de kamer in? „Sommigen denken dat mensen de stoffen via hun schoenen naar binnen lopen”, zegt Scheepers. „Maar ik denk dat veel stoffen via producten het huis in worden gebracht, zoals groente, fruit en bloemen.”
De Nijmeegse toxicoloog waarschuwt mensen voor kruisbesmetting. „Bloemen en sierplanten zou ik niet op hetzelfde aanrechtblad afsnijden, verpotten en verwerken als eten. Als je dat toch wilt, zou ik het aanrecht even met water en zeep afnemen.”
Sanne Janssen. beeld Milieu Centraal.
Klimaat
Behalve nadelig voor de gezondheid en de natuur zijn snijbloemen ook niet zelden slecht voor het klimaat, vertelt Sanne Janssen, expert bij Milieu Centraal. „Een boeket zorgt vaak voor veel CO2-uitstoot. Dat komt omdat bloemen worden geteeld in een met aardgas verwarmde kas of worden ingevlogen uit bijvoorbeeld Afrika.”
Tegelijk, de ene snijbloem is de andere niet. Zo maakt de soort snijbloem uit. En het land van herkomst. Plus het seizoen van aanschaf. Ook verwarmen sommige Nederlandse telers hun kassen niet met aardgas maar met geothermie, dat is duurzame energie die diep uit de bodem wordt gehaald. Verder spelen bij de duurzaamheid van snijbloemen behalve de CO2-uitstoot en het spuiten van gif ook het gebruik van water en kunstmest. Koop je rozen rond Valentijnsdag? Dan kun je er bijna zeker van zijn dat ze een hoge milieu-impact hebben, omdat ze van ver komen.
Zelf zaaien
Als je verzekerd wilt zijn van duurzame, onbespoten bloemen, kun je een paar dingen doen, weet Janssen. Eigenaars van een tuin kunnen allereerst zelf plukbloemen zaaien. „Let dan op biologisch zaaigoed. Met zo’n zaaimengsel help je de biodiversiteit ook nog eens.”
Koop je toch een lekker ruikertje? In dat geval juicht Janssen een bezoek aan een pluktuin toe (zie ook ”Dahlia, strobloem en zonnebloem uit lokale pluktuin”). „Dan heb je meestal onbespoten en lokale bloemen. Op veel plekken in het land zijn al pluktuinen.”
In winkels en bij bloemisten adviseert Janssen te vragen naar keurmerken. Zo zijn er bloemen van Fairtrade, Demeter of van EU-biologisch. Milieu Centraal geeft een overzicht in de Keurmerkenwijzer voor bloemen. Tot slot is het zaak om gekochte bloemen goed te verzorgen. „Dan staan ze langer.” Oftewel: vaker het water verversen, de stelen bijsnijden en niet op een te warme plek in de zon zetten.
Veilinghal in Aalsmeer. beeld ANP, Remko de Waal
Langzame bloemen
Een goed overzicht van locaties met duurzame bloemen biedt de site Slow Flowers. Landschapshistoricus Willemijn ter Hart startte het platform in 2019 om een positieve verandering in de bloemenbranche op gang te brengen.
De naam ”langzame bloemen” verwijst naar de al wat oudere slowfoodbeweging, die gezond en duurzaam voedsel promoot. De site van Slow Flowers toont telers, pluktuinen en bloemisten die seizoensgebonden en schone bloemen telen of aanbieden. Ter Hart: „Adressen op de website hebben een biologisch of een biodynamisch keurmerk. Ze kweken zonder gif, fossiele brandstof en kunstmest. Niet alle pluktuinen kunnen of willen een keurmerk aanvragen. Vanwege het budget of om praktische redenen. Als ze wel onze principes volgen, markeren we ze als Slow Flowers.”
Ter Hart adviseert de bewuste consument niet alleen bloemen te kopen op de adressen van Slow Flowers maar ook op de site Wilderful. Dit jonge initiatief werkt enkel met schone telers. „Je kunt er dus alleen natuurvriendelijke boeketten bestellen. In de winter zijn er prachtige droogbloemen en takken te koop. Je ziet de markt voor biologisch snel groeien. De uitdaging voor Wilderful is dat ze niet genoeg bloemen hebben om aan de vraag te voldoen. Het is wachten tot er meer grotere telers bijkomen met een divers aanbod en dat er meer gangbare telers overstappen naar een schonere teelt.”
„Het feit dat we elk moment van het jaar elke soort bloem willen hebben is een doorgeslagen vorm van maakbaarheidsdenken”Willemijn ter Hart, initiatiefnemer van platform Slow Flowers
Ter Hart hoopt ook op een verandering bij de consument. „Het feit dat we elk moment van het jaar elke soort bloem willen hebben is een doorgeslagen vorm van maakbaarheidsdenken. Dat betekent dat bloemen van ver weg komen. Maar seizoensgebonden leven is mooier. Dat zorgt ervoor dat je weet waar de bloemen vandaan komen en dat ze in het juiste seizoen worden gekweekt. Het zelf oogsten van bloemen in een pluktuin is sowieso een ervaring op zich.”
Die verandering bij consumenten begint op gang te komen. Katja Staring, auteur van het boek ”Slow Flowers”, dat vorig jaar verscheen, ziet de wereldwijde vraag naar biologische bloemen toenemen. In haar boek interviewde ze 25 pioniers uit Nederland en Vlaanderen in de slowflowerssector. Een bollenboer bijvoorbeeld, en een bloemist, een pluktuineigenaar en een uitvaartondernemer. Staring desgevraagd: „De Amerikaanse Debra Prinzing is een vooraanstaand pleitbezorger van de slowflowerbeweging. Zij maakte een podcast en inspireerde al duizenden mensen over de hele wereld. In Nederland is nu minder dan 1 procent van de snijbloementeelt biologisch, maar zijn de eerste grote telers om en daarmee de eerste schapen over de dam. Tijdens de kroning van de Engelse koning Charles werden ook schone bloemen gebruikt. Die bloemen gingen de hele wereld over en betekenden een erkenning voor de beweging.”
Veilinghal in Aalsmeer. beeld ANP, Remko de Waal
Driepuntenplan
Steeds meer Nederlandse kwekers stappen over op een biologische teeltwijze (zie ”Jan Huiberts kweekt rozen zonder gif en kunstmest”). Vorig jaar is daarom de vereniging Biologische Sierteelt Nederland opgericht. Die vereniging wil bijdragen aan schone lucht, schoon water, een gezonde bodem, gezonde medewerkers en meer biodiversiteit.
Een van de initiatiefnemers is kweker en pluktuineigenaar Martin Heutink uit Wageningen. Hij merkt bij klanten onbekendheid met biologische snijbloemen. Sommigen twijfelen over de kwaliteit en houdbaarheid van de bloemen. „Ik denk aan de retorische vraag die een bloemist met wie wij samenwerken vaak stelt aan klanten: Welke bloemen denkt u dat er sterker zijn? Bloemen uit de kas of bloemen die in weer en wind tot bloei zijn gekomen?”
Biologische sierbloementeelt kan niet in elk jaargetijde elke bloem bieden. Toch denkt Heutink graag in mogelijkheden. „In de winter geen bloemen? Ook dat verandert. Nieuwe rassen blijven langer doorbloeien. Tulpen komen steeds vroeger. En wat te denken van bloeiende takken? Dat kan ook in december. Het aanbod is per seizoen natuurlijk wel anders.”
De bij de vereniging aangesloten kwekers boden afgelopen zomer Tweede Kamerleden een driepuntenplan aan om een gelijk speelveld te creëren ten opzichte van gangbare teelt. Daarin roepen ze de overheid op om duurzame teelt te stimuleren door de kosten van biologische certificering te compenseren. Heutink: „Zo’n certificaat is namelijk best prijzig en voor veel telers een hobbel. In Denemarken is biologische certificering daarom kosteloos.”
Ook vroeg het plan aandacht voor het belonen van schone telers door lagere belastingen voor het waterschap. ”De vervuiler betaalt” is een logisch principe, vindt de Wageningse kweker. „Het is toch gek dat schone bedrijven net zo veel moeten betalen als gangbare bedrijven?”
Als derde punt vroeg de vereniging de overheid om zelf het goede voorbeeld te geven. Heutink: „Als overheden een duurzaam inkoopbeleid voor biologische bloemen doorvoeren, stimuleert dat duurzame teelt.”
Groene Geefgids
Kunnen kunstbloemen nog een duurzaam alternatief zijn voor snijbloemen (zie ”Ellyne Bierman biedt abonnement bij bloemenbieb”)? Sanne Janssen van Milieu Centraal durft daarover geen advies te geven. „Dat komt omdat de impact moeilijk te vergelijken is. Er spelen zo veel factoren mee. Zoals: wanneer gooi je de kunstbloemen weg? Of: wil je elke week of eens in het halfjaar een bosje snijbloemen? Ga je voor de plastic variant, dan is mijn advies: laat ze zo lang mogelijk staan of neem een abonnement.”
In de winter en dus ook op Valentijnsdag, zijn er weinig duurzame bloemenopties. Dan kun je ook iets heel anders geven, tipt Janssen tot slot. Om consumenten met duurzame cadeaus te helpen, ontwikkelde Milieu Centraal de Groene Geefgids.
Deze tool geeft suggesties voor milieuvriendelijke geschenken, zoals tweedehandsproducten, zelfgemaakte items of donaties aan goede doelen. „Als je iets zoekt in het verlengde van bloemen is een biologische kamerplant een goed idee. Zoek altijd cadeaus die langer meegaan. Een ervaring geven is ook leuk: samen lunchen bijvoorbeeld. En iets te eten doet het ook goed. Chocolade kan, maar dan moet je ook goed op duurzame keurmerken letten.”
Veilinghal in Aalsmeer. beeld ANP, Remko de Waal
Jan Huiberts kweekt rozen zonder gif en kunstmest
Zo’n 20.000 rozenplanten van 200 verschillende soorten staan strak in het gelid opgesteld op het 5,5 hectare grote perceel van de biologische kwekerij Dependens in Bennekom. De planten, die zijn gekortwiekt, staan in felgekleurde potten. In de blauwe en de rode potten groeien struikrozen; in de groene en oranje de klimplanten. De rozen zijn geen snijbloemen, maar vaste planten. Ze zijn dus niet bedoeld om in een vaas in huis te zetten, maar kunnen wel de tuin sieren.
Met Valentijnsdag bloeien de rozenplanten nog niet. Maar dat is geen probleem, meent kweker Jan Huiberts (62). Met een glimlach: „Als je dan een plant in de tuin zet, kun je er in juni, als hij bloeit, aan terugdenken.”
Er komen geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest aan te pas in de Bennekomse kwekerij. „Daar zijn we in 2004 mee gestopt”, vertelt Huiberts. Rozen zijn gevoelig voor (valse) meeldauw, sterroetdauw en luis. Gaat dat wel goed? „We hebben weleens last van valse meeldauw. Dan snoeien we de planten terug. Na een aantal weken zijn ze weer gezond.”
Kweker Jan Huiberts van Dependens. beeld RD
Geen radio
Elders op de kwekerij staan 40.000 vaste planten en 10.000 voedselbosplanten, waaronder fruitbomen. In de fruitbomen zit soms luis. Huiberts vindt dat geen probleem. Sowieso is zijn kwekerij volgens hem niet zo gevoelig voor ziekten en plagen, omdat er veel verschillende soorten planten staan.
De kwekerij heeft een aantal jaren in de rode cijfers gezeten. Nu gaat het weer goed, stelt Huiberts. „Dat is reden om dankbaar te zijn.” De kweker verkoopt aan particulieren, maar moet het vooral hebben van grote opdrachtgevers. Zoals Natuurmonumenten en Rozenkwekerij de Bierkreek in het Zeeuwse Biervliet.
Bij Dependens gelden voor het personeel drie huisregels: er klinkt geen radio, er wordt niet gevloekt en mensen moeten gemotiveerd zijn. De werknemers hebben allemaal een afstand tot de arbeidsmarkt. „Ik zet graag mensen aan het werk die anders thuis op de bank zitten”, licht Huiberts toe.
Enten
De werknemers mogen veel, maar één ding doet Huiberts zelf: enten. „Dat is bedoeld om boompjes te maken met dezelfde eigenschappen als de ouderboom”, legt hij uit. „Zaad is immers niet genetisch vast.”
De kweker, die het afgelopen jaar 10.000 boompjes heeft geënt, laat zien hoe het werkt. Met een scherp mes maakt hij een paar snedes in de stam van een wilde pruim. Vervolgens zet hij de punt van een tak van pruimenras Mirabelle de Nancy in de ontstane holte. Met elastiek en hars verbindt hij het geheel. Ter bescherming tegen het uitschieten van zijn mes draagt hij een maliënkolder, geschonken door een bezorgde klant.
Huiberts, die lid is van de hersteld hervormde gemeente in Opheusden, steekt zijn verwondering over de schepping niet onder stoelen of banken. „Alle kenmerken van de plant zitten in dit oogje”, vertelt hij terwijl hij naar een knop van een pruimenboom wijst. „Geweldig toch.”
beeld RD
Ellyne Bierman biedt abonnement bij bloemenbieb
Toen Ellyne Bierman-Hagen uit Amsterdam in 2017 trouwde, zette een feestelijke sierbloemenboog haar aan het denken. „Die bloemen hadden zo hun best gedaan om mooi te zijn. Toch gooiden we ze al na één dag weg. We gingen op huwelijksreis.”
Het inspireerde haar om met een duurzamer alternatief te komen. Ze ging kunstbloemen verkopen. „Kunstbloemen hoeven nooit weggegooid te worden. Ik kwam vervolgens op het idee om met abonnementen te werken, zodat niemand voor altijd met dezelfde blijvende bloemen zit opgescheept. Ik wil zo bijdragen aan een circulaire economie. We gaan van bezit naar gebruik. Bloemen zie ik als een service.”
„Het duurzaamst is uiteindelijk om helemaal geen boeketje te kopen, maar dat maakt het leven best saai”Ellyne Bierman, eigenaar van bloemenbieb Reflower
Inmiddels is ze vijf jaar eigenaar van de duurzame bloemenbieb Reflower. Haar bedrijf werd onlangs genomineerd als een van de twintig finalisten van de Fair Future Challenge van Stichting Doen.
Ellyne Bierman met een boeket kunstbloemen. beeld Eva Plevier
Levensduur
Bierman-Hagen beseft dat plastic bloemen een niet zo duurzame klank hebben. „En dan komen ze ook nog eens per schip uit China. Maar: over de hele levensduur zorgen goede kunstbloemen voor minder CO2-uitstoot dan snijbloemen. En er komen ook geen pesticiden aan te pas. Ik snap best dat sommigen van plastic gruwen. Dat gaat wel vooral over verpakkingsplastic, dat vaak in de natuur belandt. En ja, het duurzaamst is uiteindelijk om helemaal geen boeketje te kopen, maar dat maakt het leven best saai.”
De duurzaamheid van Reflower staat of valt met een jarenlang gebruik van de bloemen. „Deze kunstbloemen zijn geen wegwerpproduct. De exemplaren die ik gebruik zijn erg kostbaar. Je hebt goedkope, lelijke varianten en dure kunstbloemen van hoge kwaliteit. Niemand peinst erover die van mij weg te gooien.” De bloemen zijn per steel 10 tot 15 euro, vertelt de ondernemer. En een boeket bestaat al gauw uit dertig stelen.
Goed doel
In de vijf jaar dat Reflower bestaat, gooide Bierman nog geen enkele bloem weg. „Sommige gaan stuk of staan naast een kaars en smelten. Die repareer ik of ik knip de rafelrandjes eraf. Af en toe maak ik een boeket met mindere bloemen die ik naar een goed doel breng. Zoals de Regenbooggroep voor dak- en thuislozen in Amsterdam.”
Klanten sluiten bij Reflower een abonnement af voor 20, 30 of 45 euro per maand. Sommige bedrijven doen het om aan duurzaamheidswetgeving te voldoen. Sommige andere abonnees leven zero waste. „Gemak speelt ook mee bij veel gebruikers. Het boeket is mooi geschikt, wordt thuisbezorgd en neergezet. Inclusief vaas. En je hoeft ook geen water te geven.”
Ellyne Bierman: „Je hebt goedkope, lelijke varianten en dure kunstbloemen van hoge kwaliteit.” beeld Eva Plevier
Dahlia, strobloem en zonnebloem uit lokale pluktuin
Pluktuinen zijn in. Op pluktuinen.nl staan er bijna honderd, verspreid over het hele land. Een ervan is Wageningse Bloemrijk, met biologische bloemen. Achttien jaar geleden startte Martin Heutink de pluktuin en kwekerij met een missie. „Ik wil schone bloemen lokaal afzetten voor een duurzamer en gezonder Nederland. Bloemen uit Afrika leggen een hele afstand af. Met lokale bloemen kun je heel wat transportkilometers besparen.”
Van juni tot en met september is de pluktuin van een halve hectare groot geopend voor het publiek. Bezoekers kunnen een boeket plukken. De keuze is groot. Er staan tientallen verschillende soorten bloemen.
De specialiteit van Heutink is de dahlia. „Die bloem geniet een enorme populariteit. Er zijn ontzettend veel variaties in alle kleuren en maten.” Ook strobloemen zijn gewild. „De bloembladeren knisperen. Verder blijven zonnebloemen populair.”
Martin Heutink in de zomer in zijn pluktuin met onder meer diverse soorten bloeiende dahlia’s. beeld Emilie Timmermans
Sinds vorig jaar biedt Bloemrijk een „oogstaandeel” van bloemen aan. „Dat is vergelijkbaar met een groentepakket. Wekelijks krijg je dan een emmer met bloemen van het seizoen.”
„Al het moois in de natuur wil ik graag doorgeven vanuit een verantwoordelijkheid voor de schepping”Martin Heutink, eigenaar van pluktuin Bloemrijk
Heutinks motivatie om biologisch bloemen te telen is zijn liefde voor de natuur. „Ik geniet van bomen en bloemen. En van vogels en vlinders die bij ons rondvliegen. Al dat moois wil ik graag doorgeven vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel voor de schepping. Zo kunnen onze kinderen ook genieten van de rijkdom van de natuur.”
Ontspannend
Door een biologische teeltwijze spaart hij bijen en vlinders en de natuurlijke vijanden van plaaginsecten, zoals de larven van lieveheersbeestjes. „Door organische meststoffen te gebruiken verzuurt en verzout de bodem niet, wat bij kunstmest vaak wel het geval is. Ook het grondwater blijft schoon.”
Bloemrijk levert ook aan bloemisten in de omgeving. „Ook zij zijn blij met de gezonde, sterke bloemen die we leveren. Ook de variaties spreken hen aan: elk seizoen biedt weer verrassende soorten.”
Pluktuinbezoekers zijn altijd enthousiast, merkt Heutink. „Ze zien hoe bloemen groeien en bloeien en hoe vlinders en bijen samenleven met de bloemen. Het plukken en schikken van bloemen is leuk en ontspannend. Mensen gaan altijd vrolijk weg.”